‘Het boek van Bent’ van Robert van Dijk, Hoogland & Van Klaveren, 10+
Deze bespreking stond op 13 juni 2026 in het Friesch Dagblad.

Alles draait altijd om de vierde stoel, in het gezin van Oets. Nadat zijn broer Bent drie jaar geleden is overleden, dekt zijn moeder de tafel nog steeds voor vier mensen. Het lijkt wel alsof ‘die vierde stoel met slingers versierd was en er iemand op zat die eeuwig jarig was en de hele tijd voor iedereen alles mocht bepalen’, schrijft Robert van Dijk in Het boek van Bent.
Het is het derde kinderboek van de in Berlikum geboren schrijver die opgroeide in Burgum. Na zijn universitaire studie Nederlands is hij met zijn gezin in Utrecht blijven wonen. Van Dijk schreef meerdere toneelstukken en debuteerde in 2020 als kinderboekenschrijver met Vrijdag kom ik weer thuis, waarvoor hij een Vlag en Wimpel van de Griffeljury kreeg. Daarna verscheen nog Fietsen door een leeg huis.
Het boek van Bent zou wel eens zijn doorbraak kunnen betekenen. In de stroom kinderboeken die de afgelopen jaren over rouw en verlies zijn verschenen, is Het boek van Bent een van de beste. Het verhaal is een emotionele mokerslag waarbij veel lezers het maar moeilijk droog zullen houden. Het is uitstekend geschreven met ijzersterk gestileerde scenes, emotioneel beladen dialogen en prachtige zinnen die je wilt aanstrepen. Zoals: ‘Mijn hart werd uitgewrongen als een natte zwembroek’.
Robert van Dijk draagt het boek aan Oene Christiaan van Dijk die in 1996 overleed en niet ouder dan 19 jaar werd. Daarmee lijkt het een heel persoonlijk verhaal. Bent maakt op zijn zevende een fatale val uit het raam van een vakantiehuis. Drie jaar na zijn dood, probeert de moeder wanhopig de herinnering aan haar zoon levend te houden. Zijn tweelingbroer Oets zegt niks meer te weten over Bent. Het heeft er alle schijn van dat hij zijn geheugenverlies veinst, maar misschien is hij er zelf wel in gaan geloven. Oets wil vergeten en niet meer weten, want weten doet alleen maar pijn, zegt hij.
In de pijnlijke openingsscène gaan moeder en zoon naar een dierenasiel om een hond te adopteren. Oets stelt ter plekke voor om het dier Bent te noemen, de naam van zijn verongelukte broer. ‘Zodat we het voortaan over een hond konden hebben als het weer over Bent ging’, denkt hij. Of het onhandigheid is of een bewuste poging om zijn moeder te kwetsen, mag de lezer zelf beoordelen.
Het grootste deel van het boek speelt zich af in het vakantiehuis waar het ongeluk is gebeurd. Na drie jaar gaat het gezin voor het eerst terug. Als zijn moeder de keuken wil verbouwen, realiseert Oets zich plotseling dat zijn broer daar een geheim dagboek heeft verborgen. Dat moet hij verstoppen voor zijn moeder het ontdekt; anders zal het nóg meer over Bent gaan.
In de buurt van het vakantiehuis komt Oets een meisje tegen met wie Bent blijkbaar een soort van geheime verkering had. Zij ziet hem aan voor zijn overleden tweelingbroer. Dat laat hij in eerste instantie zo. Het wordt na een poosje zo ongemakkelijk dat Oets haar wel moet vertellen dat Bent dood is. Daarna wil en kan hij het bestaan van het dagboek niet langer geheim houden voor zijn ouders. Het is de doorbraak die het gezin nodig heeft om uit de patstelling in het rouwproces te komen. Eindelijk kan er gepraat worden over elkaars gevoelens en pijn. Waarom wilde Oets een geheim maken van zijn broer, alsof hij nooit had bestaan? Waarom deed de vader alsof er geen tranen waren en waarom wilde de moeder voortdurend over Bent praten? De verwijten maken plaats voor begrip.
In hoeverre kun je een ander ruimte geven in het verdriet zonder elkaar kwijt te raken? Het is een wezenlijke vraag die herkenbaar is voor degenen die met verlies te maken hebben. Dat iedereen op een eigen manier rouwt, is misschien een cliché, maar dat maakt het niet minder waar. Robert van Dijk weet het rouwproces te vangen in een hartverscheurend verhaal dat zo liefdevol is dat het pijn doet.


